Terug naar overzicht

Regionale Energiestrategie (RES)

Hoe waarborgen we drinkwaterbelangen in de RES?

Met een Regionale Energiestrategie (RES) geven gemeenten samen met provincies en waterschappen invulling aan de warmte- en energietransitie. Belangrijk hierbij is aandacht voor drinkwaterbelangen. Nog niet elke gemeente heeft de kennis en ervaring om deze belangen te waarborgen. Carola Hoogland helpt gemeenten in de regio Arnhem-Nijmegen hierbij.

Gemeenten staan voor de keuze hoe ze de overstap maken naar een duurzame energie- en warmtevoorziening. Dat doen ze aan de hand van een Regionale Energiestrategie (RES), een samenwerking tussen gemeenten, provincies, waterschappen, netbeheerders, bedrijven en maatschappelijke organisaties. Nederland kent in totaal 30 RES-regio’s.

Net als de waterwinning van Vitens leggen bodemenergiesystemen beslag op de ondergrond. Als procesbegeleider van de warmtetransitie RES Arnhem-Nijmegen en coördinator van het Deltaprogramma Ruimtelijke Adaptatie (DPRA) regio Rijn-Oost probeert Carola Hoogland de waterbelangen zo goed mogelijk binnen de RES te implementeren.

Welke rol spelen gemeenten bij de warmtetransitie?

“Gemeenten hebben een regierol. Vanuit het Rijk hebben ze de taak gekregen te zoeken naar warmtealternatieven voor aardgas. Niet voor eigen gebruik, maar om duidelijk te maken welke alternatieven het meest voor de hand liggen in welke kernen, buurten of wijken. Daarbij gaat het bijvoorbeeld om de toepassing van bodemenergiesystemen, zoals warmte-koudeopslag (WKO’s).

Iedere gemeente moet eind 2021 een transitievisie warmte laten vaststellen door de gemeenteraad. Hierin wordt op hoofdlijnen de warmtetransitie naar aardgasloze gebouwde omgeving opgenomen. Deze visie wordt vervolgens vertaald naar buurt- en wijkuitvoeringsplannen. Buiten de gebouwde omgevingen zoeken gemeenten geschikte locaties voor inzet van geothermie en restwarmte van bedrijven.”

Welke warmtealternatieven zijn er in de regio Arnhem-Nijmegen?

“De regio kent een groot aantal restwarmtebronnen, met name afvalcentrales en rioolwaterzuiveringsinstallaties. De warmte die vrijkomt bij deze bronnen is mogelijk interessant voor meerdere gemeenten. Er ontstaat dus nu al een competitie over de verdeling van deze restwarmte. Als een warmtebron wordt vergeven aan de ene gemeente kan een andere deze de eerstvolgende dertig jaar niet benutten.

Daarnaast kijken verschillende gemeenten in de regio naar de inzet van bodemenergie. In bijvoorbeeld Arnhem melden steeds meer wijken zich voor WKO’s. Langs de randen van de regio zoeken gemeenten samen met bedrijven, zoals papierfabrieken, naar mogelijkheden voor warmtewinning uit de diepe ondergrond, zoals geothermie.”

Wat zijn daarbij de uitdagingen?

“De warmtetransitie is een traject met veel onzekerheden. De alternatieven zijn er wel, maar bevinden zich vaak nog in de innovatieve hoek. Van veel oplossingen kan nog niet worden gezegd of ze ook over tien jaar voldoende warmte leveren. Het is dus lastig om nu keuzes te maken voor de lange termijn. Bovendien is de regierol voor veel gemeenten nieuw. Het ontbreekt ze vaak aan voldoende kennis.

Een andere uitdaging is de ruimte. Gemeenten willen warmtewinning zo ver mogelijk uit de gebouwde omgeving, het liefst aan de randen van de gemeente. Maar als elke gemeente dat wil, kom je elkaar juist op de ‘grenzen’ tegen en wordt het in bepaalde gebieden erg druk. Dat vraagt dus om goede onderlinge afstemming en afspraken, ook met gemeenten van andere RES-regio’s.”

In hoeverre is bij de zoektocht naar warmtealternatieven oog voor grondwater- en drinkwaterbelangen?

“Met name aan bodemenergiesystemen kleven risico’s voor grondwater. Gemeenten zijn bijvoorbeeld druk bezig de effecten van WKO’s te onderzoeken. Je wilt niet dat bodemsystemen elkaar in de weg zitten of dat het doorboren van bodemlagen schadelijke effecten heeft op de kwaliteit van grondwater. Dat heeft weer gevolgen voor de waterwinning van Vitens.

Voor sommige locaties, zoals waterwingebieden, gelden al strenge restricties. Daar zijn risicovolle activiteiten, zoals geothermie, dus sowieso uitgesloten. Daarnaast zoekt Vitens met de provincie Gelderland naar strategische grondvoorraden voor de toekomst. Deze ASV’s zijn in de conceptversie van de RES Arnhem-Nijmegen in kaart gebracht, zodat gemeenten deze kunnen meenemen bij hun locatiekeuze voor warmtewinning.”

Kun je een voorbeeld geven van zo’n afweging?

“Op verschillende plekken in de regio Arnhem-Nijmegen loopt momenteel een onderzoek naar de geschiktheid van de bodem voor geothermie. Als blijkt dat de bodem geschikt is voor geothermie, begint de discussie eigenlijk pas. Verschillende belangen moeten worden afgewogen. We moeten bijvoorbeeld ook kijken naar risico’s voor de ondergrond in omliggende gebieden. Water houdt zich niet aan grenzen. Uiteindelijk zal op bestuurlijk niveau een keuze gemaakt worden, meestal door de provincie.”

Staan de (drink)waterbelangen voldoende op het netvlies in de RES-regio Arnhem-Nijmegen?

“Steeds beter. Aanvankelijk was er vooral oog voor opgaven uit de eigen koker, maar de oogkleppen zijn inmiddels verruimd. De provincie Gelderland speelt daar een belangrijke rol bij. In de zes Gelderse RES-regio’s schuift de provincie tijdens bijeenkomsten aan om betrokken partijen bij te praten over de ASV-trajecten en de consequenties daarvan voor RES-plannen. Daardoor ontstaat een goed gesprek en meer bewustwording over de wateropgave.”

De drinkwatersector heeft voor de RES-regio’s een brochure opgesteld met aandachtspunten voor een robuuste drinkwatervoorziening. Wordt die informatie voldoende benut?

“Dat verschilt per gemeente. Ik zie dat met name grotere gemeenten vaak wel voldoende kennis in huis hebben. Ze beschikken over verschillende datasets en hebben een goed beeld van de potentie en de zwakke plekken in het watersysteem. De meeste zullen de drinkwaterbrochure dan ook wel kennen en gebruiken.

Voor kleinere gemeente is het lastiger. Er komen momenteel ontzettend veel taken op ze af. Daardoor moeten ze prioriteiten stellen. Ik vraag me dus af of ze bijvoorbeeld het verhaal van de ASV’s en de eventuele impact daarvan op andere opgaven kennen. Het is voor die gemeenten dan ook extra belangrijk dat partijen als waterschappen, Vitens en provincies ze ondersteunen met informatie en voorlichting.”

Je bent als coördinator betrokken bij zowel de RES als het Deltaplan Ruimtelijke Adaptatie. Hoe verenig je beide opgaven zo goed mogelijk?

“Door voortdurend uit te zoomen en partijen van verschillende niveaus en sectoren bij elkaar te zetten. Van Rijk tot gemeente, van Vitens tot netbeheerders. Het is belangrijk dat ieder z’n eigen belangen op tafel legt en tegelijkertijd oog heeft voor die van de andere partijen. Alleen dan kunnen we verder komen.

Gelukkig leeft steeds meer het besef dat we de opgaven niet solistisch kunnen aanpakken. De uitdaging is om elkaar de komende jaren nog meer op te zoeken. Niet alleen om afspraken te maken, maar ook om bij te praten, mee te denken en te zoeken naar haakjes voor samenwerking. Kijken waar je elkaar kunt versterken in plaats van verstoren.”

inschrijven nieuwsbrief

De website Vitens.nl werkt het best met cookies. Hiermee verbeteren wij de website en onze service. Meer info: privacy statement