Van regenbui naar grondwater: wat gebeurt er onderweg?
Je wandelt op de Utrechtse Heuvelrug als het begint te regenen. Een deel van het water blijft op de bomen liggen, een ander deel druppelt tussen de bladeren door en trekt de bodem in. Maar hoeveel regenwater bereikt uiteindelijk het grondwater? Dat laat Vitens met partners in het gebied in het RECHARGE-project onderzoeken.
Natuurlijke watertorens
‘De Utrechtse Heuvelrug en de Veluwe zijn eigenlijk natuurlijke watertorens’, zegt Rogier van der Velde, specialist Hydrologie bij Vitens. Regen vult hier de ondergrondse watervoorraden aan waaruit we drinkwater winnen. Ook de natuur en de lager gelegen gebieden in de omgeving zijn van dit water afhankelijk.
Een deel van de regen verdampt onderweg
Regen blijft liggen op bladeren en naalden. Een deel verdampt voordat het de bodem bereikt. Water dat wel op de grond valt, kan door wortels worden opgenomen en via de bomen verdampen. Alleen het water dat verder de bodem in zakt, kan het grondwater aanvullen. Hoeveel water overblijft, hangt onder meer af van het type bos en hoe dicht de bomen op elkaar staan. Naaldbos verdampt over het algemeen meer water dan loofbos. Maar ook een dicht loofbos kan veel water verdampen. Rogier: ‘Een heel dicht beukenbos, zoals het Edese Bos waar we ook meten, verdampt ook veel water.’ Juist die verschillen staan centraal in RECHARGE. ‘In het verleden hebben we veel gemeten, maar steeds bij één type bos. We willen beter begrijpen hoe de grondwateraanvulling afhangt van de dichtheid in combinatie met het type bos.’ De onderzoekers kijken ook naar de manier waarop bomen reageren op extreme droogte en naar de gevolgen van klimaatverandering voor onze grondwatervoorraad.
Meten tussen de bomen
Op zes onderzoekslocaties op de Utrechtse Heuvelrug en de Veluwe verzamelen meetstations gegevens. Bij de drinkwaterwinning Soestduinen meten onderzoekers bijvoorbeeld hoeveel regen door het bladerdek heen valt en hoeveel vocht op verschillende dieptes in de bodem zit. Ook volgen ze kleine veranderingen in de dikte van boomstammen. ‘Als een boom water opneemt, zet hij een klein beetje uit. Is het droger, dan wordt hij smaller’, legt Rogier uit. ‘Met het blote oog zie je dat niet, maar met een meetinstrument wel.’ De eerste metingen laten zien dat boomstammen na een droge periode eigenlijk vrijwel direct reageren op regen. Voor bredere conclusies zijn meerdere meetjaren nodig. Daarom willen de onderzoekers ook na afloop van het project blijven meten.
De voorraad is niet meteen aangevuld
Op plekken op de Utrechtse Heuvelrug moet regenwater tientallen meters door de bodem zakken voordat het grondwater wordt bereikt. Die reis kan meerdere jaren duren. Een natte periode betekent daarom niet dat de ondergrondse voorraad direct is hersteld. Andersom wordt het effect van één droge zomer ook niet overal meteen zichtbaar. Meerdere droge of natte jaren achter elkaar werken wel door in de grondwatervoorraad. Met de metingen verbeteren de onderzoekers de modellen waarmee waterbeheerders de beschikbaarheid van grondwater en de effecten van waterwinning berekenen.
Betere kennis voor zorgvuldige keuzes
De resultaten helpen Vitens te beoordelen waar en hoeveel grondwater op lange termijn verantwoord kan worden gewonnen. ‘Het helpt ons om met meer zekerheid te kunnen zeggen of een winlocatie op een duurzame, toekomstbestendige manier kan worden ingericht’, aldus Rogier. De kennis ondersteunt ook keuzes over bosbeheer en het aanvoeren en infiltreren van extra water. Daarbij worden drinkwater, natuur, landbouw en bebouwing in samenhang bekeken. Bomen gebruiken water, maar zijn ook belangrijk voor biodiversiteit, verkoeling en recreatie. Besluiten over het bos vragen daarom om een zorgvuldige afweging. RECHARGE levert de kennis om die keuzes beter te onderbouwen en onze natuurlijke watertorens ook voor de toekomst te beschermen.
Meer lezen? Kijk op de website van Recharge.
