Nieuwe drinkwaterleiding brengt sporen van oud boerenerf bij Beltrum aan het licht
Tijdens de aanleg van een nieuwe drinkwatertransportleiding tussen Hengelo (Gelderland) en Eibergen zijn bij Beltrum archeologische resten gevonden. Grondsporen, aardewerkscherven en stukjes verbrand bot wijzen op een klein boerenerf dat vermoedelijk rond het jaar 1000 werd bewoond. Archeologen onderzoeken de resten voordat de aanleg van de drinkwaterleiding op deze plek verdergaat. De nieuwe leiding draagt bij aan een betere verdeling van drinkwater in Oost-Gelderland.
Wie op de bouwlocatie rondkijkt, ziet vooral zand met donkere vlekken. Archeoloog Michiel Kruijthof herkent daarin plekken waar ooit houten palen stonden. Het hout is al lang vergaan, maar de sporen ervan zijn in de grond bewaard gebleven. Waarschijnlijk stonden hier minstens twee gebouwen. Of die er tegelijk stonden, weten de archeologen nog niet. Misschien werd het ene gebouw afgebroken en iets verderop opnieuw gebouwd. “Het zal waarschijnlijk een kleinschalig erf met één of hooguit een paar boerderijen zijn geweest. Dus geen volledig dorp”, vertelt Michiel.
De geschiedenis zichtbaar maken
Om te ontdekken hoe het erf eruitzag, onderzoeken de archeologen de vorm, diepte en vulling van de grondsporen. Daarin vinden ze bijvoorbeeld brokjes leem en houtskool. Door de paalsporen met elkaar te verbinden, ontstaat de plattegrond van een gebouw. Die plattegrond vergelijken ze met eerder onderzochte gebouwen. Ook de aardewerkscherven helpen om te bepalen hoe oud het erf is. Voorlopig denken de archeologen aan bewoning rond het jaar 1000 of iets eerder. De hogere zandgrond was vroeger een geschikte plek om te wonen. Dat hier bewoningssporen liggen, verrast Michiel daarom niet. De brede werkstrook voor de drinkwaterleiding biedt zijn team juist een mooie onderzoekskans. “Vaak moet je in smallere stroken of in kleinere stukjes werken. Dan is het mooi om in een bredere werksleuf een groter deel van de vindplaats te kunnen zien.”
Een belangrijke verbinding voor drinkwater
Het archeologisch onderzoek maakt deel uit van de voorbereiding op de nieuwe drinkwaterleiding. Die is ongeveer twintig kilometer lang en maakt deel uit van een groter plan om de productielocaties in Lochem, Hengelo (Gelderland) en Eibergen met elkaar te verbinden. Zo kan Vitens het drinkwater beter over Oost-Gelderland verdelen. De aanleg vraagt veel voorbereiding en afstemming met de omgeving. De route loopt door landbouwpercelen, kruist beken en bosschages en gaat onder wegen en een spoorlijn door. Vitens onderzoekt vooraf wat er in de bodem ligt en welke natuur beschermd moet worden. Waar mogelijk wordt de route zo gekozen dat er geen bomen gekapt hoeven te worden. “Als we helemaal klaar zijn met onze werkzaamheden, dan zie je er niks meer van,” aldus Projectmanager Arjan Jebbink.
Geen vertraging door goede planning
Bij Beltrum was vooraf bekend dat de kans op archeologische resten groot was. Daarom werd het archeologisch onderzoek vooraf ingepland. Daphne van Haaften is vanuit De Waterverbinders, de aannemerscombinatie van GMB en Heijmans, betrokken bij de onderzoeken en vergunningen. “We hadden genoeg tijd in de planning om de voorbereidingen te treffen, de teelaarde eraf te halen en dat stuk te onderzoeken”, vertelt ze. Ook buiten het gebied waar de vondsten werden verwacht, kwamen resten tevoorschijn. Daarom is het onderzoeksgebied uitgebreid. De archeologen tekenen de sporen in, verzamelen vondsten en nemen monsters. Na afronding van het onderzoek kan de aanleg van de drinkwaterverbinding op deze plek verdergaan. Wat hier ooit stond, is niet meer te zien, maar dankzij het onderzoek blijft het verhaal van deze plek bewaard.
